Digitaal toetsen (3)



In de reeks digitaal toetsen zin of onzin zou ik bijna zeggen een voorbeeld uit de praktijk. Terug naar onderwijsinstelling X, zie Vier in Balans en TPACK 1 en 2 eerder op dit weblog. Docent A verzorgt  in deze educatieve instelling een cursus gebaseerd op een sociaal constructivistisch model, het leren van ervaringen, leren in de praktijk- of authentieke (betekenisvolle) situaties. Het is een cursus waarin leren van expliciete ervaringen gekoppeld aan reflectie (metacognitieve vaardigheden) centraal staan. De leerdoelen zijn globaal onder te brengen in aspecten van kennis en attitude. Toetsing heeft deels een formatief karakter, deels een summatief karakter, dit geïntegreerd in de vorm van een portfolio als toetsinstrument. Een onderdeel van de cursus is een kennistoets. Het is een deeltoets die alle deelnemers binnen 3 weken na start van de cursus voldoende afsluiten voordat zij verder kunnen in het programma. Dit om een minimale en gemeenschappelijk kennisbasis te creëren. Het gaat dan om kennis die niet via de ervaringen wordt verworven, maar simpele en basale feitenkennis. In een half jaar nemen zestig studenten tegelijkertijd deel aan de cursus. 

Hoe kan hier ICT in de vorm van een digitale toets verantwoord worden ingezet – docent A en het leerproces van de studenten ondersteunen?

Eerst het karakter van de toetsing in de cursus. In de grote lijn is die een combinatie van formatief en summatief, een portfolio. De leerdoelen als uitgangspunt nemend en de manier waarop deze gerealiseerd worden, leren van ervaringen en reflectie, ligt digitaal toetsen in de vorm van interactief toetsen met een computer niet voor de hand. Uiteraard kan een portfolio digitaal worden aangeboden en beoordeeld, dat is hier niet de essentie van digitale toetsing. Wat betreft het formatieve zou online peerfeedback een mogelijkheid zijn. Wat betreft het summatieve en de formele beoordeling van het portfolio in digitale toetsvorm heeft ICT hier dus geen meerwaarde. Immers de openheid van de vragen, de veelheid of diversiteit van individuele antwoorden, beschouwingen en voornemens maken automatisch nakijken tot een eigenlijk onmogelijke opgave. Ook het aspect van een vragenbank is hier inherent niet relevant. Kortom docent A zou er verstandig aan doen dit beoordelen voorlopig maar analoog te blijven doen.

Een interessant onderdeel van de cursus voor wat betreft de mogelijkheid tot digitaal en interactief toetsen is echter de kennistoets als deeltoets.Dit is een toets met een summatief karakter, een toets met een resultaat en door of niet door in het programma. Kijkend naar de leerstof, de content, dan gaat het hier vooral om feitenkennis, kennis die gereproduceerd moet worden. Docent A was gewend dit te doen in een schriftelijke toets bestaande uit 50 gesloten vragen, meerkeuze vragen. Wanneer geconstateerd wordt dat ICT vooral van meerwaarde is waar vragen automatisch nagekeken kunnen worden, vooral gesloten vraagtypen daarvoor geschikt zijn, dan is wat dit aspect betreft een digitale toets een geschikt middel. Docent A kan tevens een vragenbank aanleggen, multimedia in z’n vragen toepassen, heeft de resultaten direct na afloop van de toets ter beschikking en bespaart – niet onbelangrijk - de nodige tijd in het nakijken. Wanneer docent A zelf tot het inzicht is gekomen dat digitaal toetsen een bruikbare aanvulling is op z’n cursus, dan is het zaak dat inzicht om te zetten in acties die ertoe leiden dat medio september zijn 60 studenten hun kennistoets digitaal kunnen maken.

Wim Borghuis.

Geen opmerkingen: