Digitaal toetsen (4)



Docent A werkzaam bij onderwijsinstelling X, is tot het inzicht gekomen dat een digitale toets een prima ICT tool is voor het onderwijs dat hij verzorgt. Wat zijn nu de acties die nodig zijn om een digitale toets te realiseren en te implementeren?

Er zijn globaal 2 sporen: een eerste spoor is een inventarisatie van de randvoorwaarden, dat kan bijvoorbeeld via Vier in Balans en zijn eigen rol daarin middels het TPACK model, beiden eerder hier op dit weblog besproken.

Een tweede spoor is een meer instrumenteel, hier gaat het om de toepassingen – software of online -  waarmee de toets te produceren, uit te voeren en te beoordelen is. 

Het risico van het volgen van spoor 1 kan ontmoediging zijn wanneer blijkt dat de randvoorwaarden niet optimaal zijn. 

Het risico van het volgen van spoor 2 kan zijn dat de focus ligt op de toepassing en de context uit het oog wordt verloren.Dit kan in de reële implementatie problemen opleveren. 

Docent A kiest ervoor om eerst spoor 1 en aansluitend spoor 2 te volgen. Spoor 1 wordt hier toegelicht aan de hand van de aandachtspunten van Magné (Van Berkel, 2006).

Commitment: in hoeverre is ICT voor het management een speerpunt? Is men met andere woorden bereid er tijd en geld in te investeren, van professionalisering tot systeembeheer. Dat is binnen de instelling geen probleem, in het kader van Leven lang leren en Blended Learning heeft dit de aandacht en prioriteit.

Infrastructuur: zijn er voldoende PC-lokalen beschikbaar en zijn de PC’s technisch geschikt voor het afnemen van digitale toetsen? Er is een lokaal beschikbaar. De PC’s zijn geschikt voor afname van digitale toetsen, daar is ervaring in, dat werkt wel om het zomaar te zeggen.

Cursus: kunnen studenten tijdens de voorgaande leerfase oefenen met de toets, is daar de tijd en ruimte voor? Dat is minder positief te beamen, de toets wordt binnen 3 weken na aanvang van de cursus afgenomen, er zijn op locatie te weinig middelen en te weinig om studenten daarmee te laten oefenen. Anderzijds hoeft dit geen probleem te zijn, de aard van de toets (een eenvoudige meerkeuze vragen - kennistoets - reproductief) geeft geen reden dit als een ernstige belemmering te zien.

Kosten en baten: wordt de cursus en daarmee de toets jaarlijks aangeboden, blijft de inhoud stabiel en zijn er voldoende studenten die deelnemen? Dit alles is positief en bevestigend te beantwoorden. Het investeren in de toets wordt dus niet gedaan met het oog op een incidenteel gebruik, maar vanuit een structureel gebruik en continuïteit. 

Conclusie, er zijn voor docent A binnen onderwijsinstelling X geen bezwaren om over te gaan tot realisatie en implementatie van een digitale toets. 

Voor docent A is het nu zaak na te gaan op basis van het TPACK model wat precies nodig is. Eerste intuïtieve conclusie: kennis van de Technologie. Daarmee komt docent A op spoor 2: welke technologie en kennis van technologie is nodig om de toets te ontwerpen etc. en welke keuzes zijn hierin mogelijk? In de serie digitaal toetsen op dit weblog is dat de volgende en bijdrage nr. 5.


Wim Borghuis

Geen opmerkingen: