Digitaal toetsen - technologie en didactiek (2)

Identify and minimise barriers that prevent students demonstrating what they know, understand and can do. 

This may involve special provisions in the conditions of assessment.

Goed uitgangspunt zou ik zeggen. Wat voor traditionele toetsen geldt, geldt natuurlijk ook voor digitale toetsen. Daarbij is de gedachte dat digitale toetsen nog meer recht kunnen doen aan bovenstaande uitgangspunt dan toetsen afgenomen met behulp van pen en papier.

In het geval van de kennistoets zoals die in de vorige bijdrage op dit weblog is besproken, ging het vooral om het aspect van knowing of remembering, onthouden en reproduceren. De vraag was wat op basis van het TPACK model de relatie zou zijn tussen Technology en Pedagogical knowledge, technologie en (vak) didactiek. Die is er niet direct. De gedachte achter de kennistoets is dat het gaat om feitenkennis die de student zich individueel en zelfstandig  eigen maakt, middels literatuurstudie. Het gaat om feitenkennis die slechts gereproduceerd dient te worden. Omdat het gaat om declaratieve kennis waar op zich geen verschil van inzicht of mening over ontstaat, wordt daar geen kostbare contacttijd aan gespendeerd, deze kennis bepaald in die zin niet wat er in het klaslokaal of op locatie gebeurt. De readers literatuur op basis waarvan de toets wordt afgenomen kunnen dus gerust elders bestudeerd worden. Daar negen van de tien studenten is gewend te leren voor de toets, de toets het leren bepaald, is dit geen ernstig probleem. Sterker nog, dat houden we zo mooi gescheiden van de reguliere contacttijd in de cursus die gebaseerd is op het leren van ervaringen en waarbij de toetsing middels het portfolio een integraal en continu element is. Efficiënt omgaan met de lestijd dus.

Is er dan geen enkele relatie inhoud (C) en didactiek (P)? Jawel, maar die is gericht op het zelfstandig verwerken van de literatuur. Daarin krijgen studenten uitgelegd wat leren en leerprocessen zijn, wat handig en verstandig is in het samenvatten enz. Dit is het enige moment dat de kunst van het onderwijzen gerelateerd wordt aan de inhoud.
Die didactiek staat los van afname van de toets, daarin staat zuiver de reproductie centraal, niet het proces dat daaraan voorafgaat. De leerstof van de toets is zodanig gekozen dat deze inhoudelijk relevant is voor de thematiek en het verloop van de cursus en afgestemd op het niveau van de doelgroep. Die inhoudelijke relevantie en het niveau van de leerstof manifesteren zich uiteraard in de toets. Inhoud en techniek gaan daarin samen, de Technology is een middel in het presenteren en beantwoorden van toetsvragen.

Traditionele docent- en student activiteiten in toetsing worden omgezet in een digitale omgeving. Niet zo zeer is sprake van het anders toetsen op basis van inhoudelijke aspecten of didactische aspecten, wel van het anders toetsen op basis van technische en efficiency aspecten. Dat is het vertrekpunt.Uitgangspunt is ook dat de student het aan kan, dat deze er geen moeite mee heeft pen en papier in te ruilen voor muis, toetsenbord en monitor. 
Ook dat software en infrastructuur op het moment suprême doen wat ze moeten doen.

Wim Borghuis.

Geen opmerkingen: