Vier in Balans en TPACK (1)



Toetsing, digitaal of analoog is inherent een visie op onderwijs, een visie op ICT en een integraal onderdeel van een curriculum, als 't goed is. Voorafgaand het introduceren van digitale toetsen is het raadzaam na te gaan binnen welke context dit dan geïntroduceerd wordt. De Vier in Balans-tool is een handig instrument bij het inventariseren van de ICT visie binnen een onderwijsinstelling. Het resultaat van een scan via Vier in Balans kan het vertrekpunt zijn voor een discussie, plan van aanpak of whatever te komen tot een verbetering van de huidige situatie op ICT gebied. Het model Vier in Balans geeft aan dat invoering van ICT in het onderwijs succesvol kan zijn bij een evenwichtige inzet van de vier bouwstenen: Visie, Deskundigheid, Digitaal leermateriaal en een ICT infrastructuur. Wanneer we onderwijsinstelling X als voorbeeld nemen, levert een scan op basis van Vier in Balans onderstaande (citaten) op waar het gaat om geformuleerd beleid. Eerst het algemene uitgangspunt vervolgens via de dimensies van Vier in Balans. 

De informatie – en communicatietechnologie heeft in de maatschappij een hoge vlucht genomen en is niet meer weg te denken uit het dagelijks handelen van de mensen. Kinderen worden hiermee op steeds jongere leeftijd geconfronteerd en beschouwen communiceren via internet en andere technologische kanalen als zeer vanzelfsprekend. Het onderwijs dient hierop dan ook in te spelen m.b.t. het leren gebruiken van ICT als burger in de samenleving en m.b.t. het gebruik van ICT als leermiddel.

Visie:Instelling X wil een leidende rol spelen in het opleiden, professionaliseren en ondersteunen van individuele docenten en scholen. Het onderwijs is te typeren als competentiegericht en vraag- gestuurd waar het kan. In de opleiding staat de praktijk centraal, studenten leren en werken tegelijkertijd. De instelling streeft ernaar de competentiegerichte opleiding bij de tijd houden en de aansluiting op de praktijk continu verder verbeteren. Er wordt zeer veel belang gehecht aan de samenwerking met de partnerscholen in het veld. Wat betreft ICT wil de opleiding dat dit een prominente en heldere plaats in haar activiteiten inneemt. In de ICT activiteiten worden daarom de volgende speerpunten gehanteerd: het onderwijsleerproces van de lerende is leidend, de kennisbasis ICT is geaccepteerd, er is sprake van een breedte- en diepte strategie. Het motto in dit alles is: Teach what you preach.

Deskundigheid: Deskundigheidsbevordering docenten: Iedere vakgroep inventariseert welke ICT-professionalisering gewenst is en hoe aan deze professionaliseringsvragen te voldoen. ICT-professionalisering is onderwerp van gesprek in de RGW cyclus. In iedere vakgroep wordt jaarlijks geïnventariseerd welke collega’s welke specifieke ICT-competenties bezitten. In ieder cluster zijn er minimaal twee docenten, die een training ‘Didactiek van het digibord’ of aanverwante cursus kunnen verzorgen. De opleiding maakt het voor docenten mogelijk deel te nemen aan  werkgroepen (bijvoorbeeld: academieteams, leerteams en al dan niet clusteroverstijgende docententeams), die zich bezighouden met onderzoek en implementatie van ICT-innovaties in het onderwijs.  
        
Digitaal leermateriaal:De opleiding gaat op zoek naar een instrument om te meten of studenten voldoende instrumenteel vaardig zijn bij de start van de studie. Minimaal 75% van de Kennisbasis ICT is aanwijsbaar aanwezig in het curriculum van iedere vakgroep. Kennisbasis ICT is aanwijsbaar 100% aanwezig in het curriculum van iedere vakgroep. Studenten zijn verplicht één schoolproject ICT-rijk in te vullen. Iedere student krijgt de gelegenheid de opleiding met een basis certificaat SMART Board te verlaten. In ieder cluster wordt jaarlijks onder bij 3e en hogere jaars studenten geïnventariseerd welke ICT-scholingsbehoeften bestaan. Er is, vanuit onze opleidingsscholen, steeds meer vraag naar studenten die geschoold zijn in het gebruik van een digibord. Mogelijk kunnen we als instituut een digibord-training (al dan niet facultatief) aanbieden aan studenten. Het zou interessant kunnen zijn dit te koppelen aan een SMART-Boardcertificaat. Wij komen daarmee tegemoet aan de vraag van onze studenten en de opleidingsscholen. Vanuit onze opleidingsscholen is er steeds meer vraag naar studenten die geschoold zijn in het gebruik van een elektronische leeromgevingen (ELO’s). De diverse ELO’s verschillen nogal. Het is de vraag of we kunnen volstaan met een algemene cursus of dat we ons moeten richten op specifieke merken (bijvoorbeeld It’s learning, BlackBoard en Teletop). Het is noodzakelijk daar onderzoek naar te doen. 

ICT-infrastructuur:
Over de ICT infrastructuur, wensen en voornemens wat dat betreft in het bijzonder wordt niet geschreven.

Wim Borghuis

Geen opmerkingen: